Ik vraag als assessment psycholoog altijd na afloop van een rollenspel wat mensen goed vonden gaan en wat ze mogelijk beter hadden kunnen doen. Soms sta ik versteld van hun antwoorden. ‘Ik ben te aardig geweest, dat is mijn zwakte,’ zei een kandidate eens, die in het rollenspel een hooglopende ruzie had gehad met mijn collega. Die collega speelde een klant die gedupeerd was door de organisatie die de kandidate vertegenwoordigde, maar dat belette haar niet de klant eens flink de oren te wassen. Aan het einde van het gesprek dreigde zij contact op te nemen met de leidinggevende van de klant.

‘Ik had hem sneller moeten onderbreken, doortastender moeten zijn,’ hoorde ik laatst een andere kandidaat zeggen, ‘Hij bleef maar uitweiden’. In werkelijkheid luisterde de kandidaat voor geen meter, waardoor de rollenspeler nog zo vriendelijk was op drie verschillende manieren zijn kant van het verhaal uiteen te zetten.

Jezelf en je eigen handelen in het juiste daglicht zien, het is een kunst. Om die reden vraag ik nooit meer in een interview naar de sterke kanten van iemand. Het antwoord slaat namelijk meestal nergens op. Het is op zijn best ‘wishful thinking’ en op zijn slechts een random opsomming van sociaal wenselijke eigenschappen. Het is namelijk zo dat we ook blind zijn voor onze goede kanten, hoe in het oog springend deze ook zijn. We zijn er aan gewend geraakt, we vinden het niets bijzonders meer. De meest intelligente mensen zullen zelden zeggen dat ze analytisch zijn, en nog nooit heb ik het woord ‘empathisch’ uit een sensitief persoon horen komen die zichzelf beschreef. We noemen in selectiegesprekken vreemd genoeg juist eigenschappen die we willen bezitten, kanten die we hopen dat we hebben.

Eerlijk gezegd weet ik ook niet of ik helemaal eerlijk zou zijn in een sollicitatiegesprek. Zo kan ik behoorlijk eigenwijs zijn en ga ik een confrontatie bepaald niet uit de weg. Niet iets waar een werkgever op zit te wachten, de associatie met een relschopper is snel gelegd. Misschien zou ik inderdaad liever zeggen: ‘Ik mag wel wat meer voor mezelf opkomen’, hoewel dan echt iedereen zou wegrennen, inclusief man en kinderen. Naar aanleiding van een 360 graden feedback sessie weet ik inmiddels dat anderen mondelinge communicatie een sterk punt van me vinden. Het zou niet in mijn hoofd opkomen dat ooit te noemen als kwaliteit. Sterker nog, ik vind het vreselijk om mezelf terug te horen op een video- of geluidsfragment. Maar wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat bekwame mensen zichzelf vaak onderschatten en (onbewust) onbekwame mensen zichzelf overschatten. Hoe meer kennis je hebt van een bepaald gebied, hoe scherper je ziet waar je tekort schiet.

Kortom, we zien vaak niet wat er kenmerkend aan ons is, en als we het wel zien – of er niet omheen kunnen – dan willen we het vaak niet zien. We genieten te weinig van onze kwaliteiten, en willen niets weten van verbeterpunten; we steken kortom onze kop in het zand en hopen dat we gezien worden zoals we gezien willen worden. Hoe zonde! In vol ornaat zijn we juist op ons mooist.

Maak daarom eens een rondje bij vrienden, familie en collega’s en vraag wat ze aan je bewonderen. Laat de complimenten op je inwerken; dit is niet zomaar iets, dit zijn kwaliteiten waar je je gelukkig mee mag prijzen. Geniet ervan en zet ze in de toekomst nog meer in. Vraag daarna naar een verbeterpunt, en laat ze een voorbeeld noemen waarin deze valkuil je parten speelde.

Voorkom dat het beeld dat je van jezelf hebt niet strookt met de werkelijkheid. Risico is namelijk dat je je kwaliteiten te weinig aanzet, of dat je iets extra aanzet wat al too much is.

Zoals Aristoteles zei: ‘Wijsheid begint bij zelfkennis’.

 

 

 

 

 

 

 

 

Volg Linda op LinkedIn:

Meer artikelen

Corona: hoe krijg je de controle over je leven terug?

Helpt de focus op succes je de Coronacrisis door?